Woede over onrecht

Woede over het onrecht in de wereld: ik had deze emotie afgelopen weekend toen ik in de krant las over een massamoord in een Ethiopische stad. Een opstand in het noorden van Ethiopië tegen het federale gezag is daar uitgelopen op een bloedige strijd, waarbij militairen van het buurland Eritrea de reguliere Ethiopische troepen assisteren bij het neerslaan van de opstand.

Toen honderden burgers in de stad Aksum uit angst voor de Eritreeërs een kerk waren binnengevlucht, werden ze naar door de soldaten naar buiten gesleept en daar afgeslacht. De lijken liet men dagenlang op straat liggen….let wel: burgers, geen soldaten!

Je zou graag willen dat dit onrecht gewroken wordt, dat de daders gestraft worden en de slachtoffers gecompenseerd, maar dat zal wel nooit gebeuren. En zo gaat het meestal: onrecht regeert in deze wereld, het kwaad woekert voort en de de slachtoffers vinden geen troost, behalve misschien bij God.

En dat maakt je boos als mens.

Je zou bijna als Bruce Cockburn in onderstaand liedje geweld met geweld willen beantwoorden. If I had a rocket launcher – als ík toch een wapen had, een leger, de potentie om op te treden: ik zou er op af gaan en orde op zaken stellen. Machteloze woede is het, meer niet, want je hebt nu eenmaal de macht niet om op te treden.

De zanger schreef het liedje begin jaren tachtig na een bezoek aan een Guatemalteeks vluchtelingenkamp dat regelmatig vanuit de lucht bestookt werd door helikopters van het regeringsleger van Guatamala, een land dat indertijd bestuurd werd door een wrede dictator.
Als ik een raketwerper had, dan haalde ik die helikopters neer. Geweld met geweld beantwoorden.

De woede die de zanger voelt is legitiem. De manier waarop hij deze woede verwoord in een songtekst is misschien een ander verhaal.

Het roept wel een vraag op: hoe ver mag je gaan om het kwaad te bestrijden? Mag je geweld met tegengeweld bestrijden? Of is dat een heilloze weg omdat geweld alleen maar meer geweld oproept? Het is misschien een theoretische discussie omdat het nooit zover zal komen, maar toch, het zijn wel vragen die bij me opkomen….

Bij u misschien ook, lezer??

Meer sterren dan zandkorrels

Foto: Andrew Seaman, Unsplash

Gelezen in een al wat ouder nummer van het natuurblad Roots, dat in de kantine op mijn werkplek lag:

Er zijn waarschijnlijk meer sterren in het heelal dan zandkorrels op aarde.

De auteur van deze stelling is de Nederlandse sterrenkundige Govert Schilling, niet de eerste de beste. Hij baseert het op de volgende berekening:

Zandkorrels zijn niet allemaal even groot, maar gemiddeld passen er zo’n tienduizend in een kubieke centimeter. De totale oppervlakte van alle zandwoestijnen op aarde ligt in de orde van 25 miljoen km2. Als we aannemen dat dat oppervlak bedekt is met gemiddeld vier centimeter zand, komen we uit op honderd triljoen zandkorrels (een 1 met twintig nullen). Het aantal sterrenstelsels in het waarneembare heelal is ongeveer 100 miljard en elk stelsel telt gemiddeld zo’n 100 miljard sterren. Dat betekent dat er naar schatting 10 triljard sterren in het heelal zijn (een 1 met tweeëntwintig nullen). Dus ja: de sterren in het heelal zijn ongeveer honderd maal zo talrijk als de zandkorrels op aarde. Onvoorstelbaar, maar echt waar.

Een redenering met de nodige aannames en ruwe schattingen. Is vier centimeter zand in de woestijnen niet veel te laag geschat? En hoe weet je dat er 100 miljard sterrenstelsels zijn en dat elk sterrenstelsel 100 miljard sterren bevat? Hoe kún je zoiets überhaupt weten?

Maar toch, Schillings punt is duidelijk: het aantal sterren in het heelal is onvoorstelbaar groot. En dan nog die zwarte gaten en de uitdijing van datzelfde heelal. Wat voor functie heeft het allemaal, waarvoor is het gemaakt??

Dode visjes en spreeuwenzwermen

Na de lunch met de honden naar het strand op een moment dat het even droog is.

De wind in de rug richting Kijkduin, dat loopt lekker. Vrijwel geen andere mensen, dat loopt nóg beter….
Dode visjes bij de vloedlijn, allemaal van dezelfde soort en hetzelfde kleine formaat. Misschien bijvangst van een vissersschip??

Ik zie een spreeuwenzwerm boven de zeereep, zwierend en zwaaiend. Het ene moment verdwenen in de kom van een duin en dan weer omhoog de lucht in. Voortdurend veranderend: van langgerekt tot bol, krimpend en uitdijend.

Wat is de functie van dergelijk gedrag eigenlijk? Social bonding misschien, samen je vleugelspieren sterk houden? Of is het gewoon een soort speelsheid?
Eten spreeuwen trouwend duindoornbessen?? Want die zijn er genoeg momenteel, dus dat zou een verklaring kunnen zijn voor hun aanwezigheid in de duinen.

Ik zie voetstappen voor me uit in het zand. Niets zo vluchtig als dat – het water en de wind wissen ze spoedig.
Even een spoor, een blijk van aanwezigheid en dan is het weg, foetsie.
Een metafoor misschien voor ons vluchtige bestaan op deze aarde??

Lessen op de levensweg

On the road to find out is een heel mooi liedje van Cat Stevens. Je vindt het in de video hier onder.

Het gaat over de levensweg die een mens moet gaan, een weg die vaak door de eenzaamheid voert.
Want de lessen die je leert op je weg en de inzichten die je daarbij krijgt openbaren zich vooral als je alleen bent en teruggeworpen op je zelf.

De zanger koos op zijn levensweg voor de islam, een voor mij onbegrijpelijke keuze. Maar als hij zingt over a good book vul ík daar voor mezelf het woord ‘bijbel’ in en niet ‘koran’.
En daarmee wordt het als het ware mijn eigen persoonlijke liedje.


Thuis

Weer thuis in Ter Heijde na een korte vakantie in het oosten. Ja, het gras is altijd groener ergens anders: het coulissenlandschap van de Achterhoek met zijn vele houtwallen en bospercelen afgewisseld door akkers en weilanden, trof me aangenaam met haar schoonheid. Dat hebben we hier aan de kust niet en dat missen we dan ook soms.

Maar iemand uit de Achterhoek verlangt er misschien naar om eens lekker uit te waaien aan het strand, om de zee te zien en de duinen. Zo gaat dat, een mens verlangt altijd naar variatie, naar iets anders, naar verlossing van het alledaagse – tot die verlossing zélf het alledaagse wordt en dan ben je weer terug bij af. Dat is onze eeuwige onrust, hier op deze aarde, ten oosten van Eden.

Verdriet

‘Er is een fundamenteel verdriet in de wereld dat overwonnen moet worden.’

Rob Schouten in ‘Tijdgeest’, de zaterdagbijlage van Trouw, 12-9-2020

Het eerste deel van bovenstaand citaat stem ik toe. Bij het tweede deel zet ik vraagtekens. Want misschien kan het verdriet beter geaccepteerd dan overwonnen worden. Want dit verdriet laat zich niet overwinnen, daarvoor is het meestal te dominant en te alomtegenwoordig.
Als een vijand te sterk voor je is, kun je misschien beter on speaking terms met hem komen – tenzij je levensmoe bent en je liever doodvecht, maar zo ben ík niet…..

Het verdriet in de wereld hoort er gewoon bij, je hoeft er niet persé tegen te vechten. Wees blij met de momenten dat je er vrij van bent, meer niet.

Beeld: Unsplash.

Chocolate Jesus

Chocolate Jesus van Tom Waits is een liedje over geloof, maar het is wel een heel speciaal soort geloof:

** een suikerzoete Jezus die niet tegenstaat, niks moeilijks vraagt van een mens, niet irriteert of verbazing oproept, maar smaakt als een stukje chocola – heerlijk zoet, een lekkernij, een tractatie. Een Jezus die acceptabel is voor de moderne mens.**

Althans, dat is zoals ik de tekst begrijp. Misschien dat u als lezer van deze blog er iets anders in hoort, dat hoor ik dan graag van u!

Hieronder doet Beth Hart dit liedje tijdens een concert in Amsterdam en dat doet ze erg goed, vandaar deze keuze….het origineel van Tom Waits is te vinden op YouTube.

Even iets anders: recensie van een prachtig boek

Ik heb het net uit: dat prachtige, vaak briljant verwoorde maar bij vlagen ook volkomen onbegrijpelijke verslag van een jaar lang leven in de natuur in Amerika: Annie Dillard’s Pelgrim langs Tinker Creek.

Onderstaande recensie komt van het literaire weblog Tzum. Zij is geschreven door Remco Ekkers. Het auteursrecht berust geheel en al bij hem.

RECENSIE

Kijken in het hier en nu

De wereld is prachtig en afschuwelijk. Annie Dillard woonde in 1971 een jaar lang in het Amerikaanse Virginia, in een vallei waardoor de rivier Tinker Creek stroomt. Zij observeerde het zeer kleine en het zeer grote, van huis en omgeving tot de bergen, van winter tot winter, van nu tot in eeuwigheid. Zij beschikte in haar huis over een bibliotheek met natuurboeken, filosofische en spirituele werken en zij kan goed schrijven, precies, verrassend en poëtisch.

Iemand schreef dat het boek voor hem een grote troost was, maar mij bleef vooral de gruwelijke onverschilligheid van de schepping/evolutie bij; de enorme verspilling van zaad en eitjes, de wreedheid van het leven, wat vooral duidelijk wordt uit het leven en de dood van insecten en parasieten. Waarom zou de evolutie niet wat minder ‘eendenmossellarven maken en die een redelijke kans geven? Gaat het om leven scheppen of om dood scheppen?’ De natuur heeft geen achting voor het individu. De wereld is amoreel.

(….) ‘Wreedheid is een mysterie, de zinloosheid van lijden ook.’ Alles is een weefsel van de Geest, waarmee ze volgens de vertaler, Henny Corver, niet de Heilige Geest bedoelt, maar Pneuma, letterlijk adem. Annie Dillard noemt zichzelf een ontdekkingsreiziger en een jager. Zij loopt als het ware met de kariboe’s mee of vliegt met trekvogels en vlinders naar het noorden of zuiden. Zij jaagt op dieren en planten, al het leven in en langs het water, maar wendt ook haar blik naar het hoge Noorden, waar de Eskimo’s jaagden op wat het seizoen aan mogelijkheden bood. Wreed? Noodzakelijk. Zo smeerden zij walvisspek op een vlijmscherp lemmet en stopten het heft in de harde sneeuw. Een wolf likte zijn tong kapot en bloedde dood. Het vrouwtje van de bidsprinkhaan vreet de kop van het parende mannetje vast op tijdens de daad. Daarna de rest.

Alles is in beweging op de grote adem, alles danst, maar je kunt net zo goed zeggen dat alles wordt ‘verstrooid en rondgesmeten’.
De wereld is een etterende zweer. Welk blad is zonder luis of bruine vlekken of niet aangevreten?

Het verschil tussen mensen en de rest van de wereld is ons zelfbewustzijn, ons reflexief vermogen, waardoor we moeite hebben om te leven in het hier en nu. (….)

Annie Dillard wil het hier en nu pakken en vasthouden, maar het is als een onzichtbaar elektron; ‘zijn bliksempad, vaag afgetekend op een zwart scherm, wordt vluchtig, vervliegt, is vervlogen.’ De tijd vliegt, we gaan dood, maar we kunnen even leven en even kunnen we dat beseffen. Er zijn een paar beslissende momenten. Zo ziet zij een kikker verschrompelen, zijn ogen breken, hij zakt als een tentzeil in elkaar en verdwijnt onder water. Wat blijkt? Een reuzenwaterwants, een plomp bruin insect, heeft de kikker met krachtige grijparmen vastgeklemd, verlamt hem met een beet en zuigt hem vervolgens levend leeg.

In de Koran vraagt Allah: ‘Denk je dat ik hemel en aarde voor de grap heb gemaakt?’ Als het niet voor de grap is, is het dan in ernst dat de reuzenwaterwants is geschapen? En die kikkers met hun bek zo vol levende libellen dat de bek niet meer dicht kan? En de giraf om een heel ander merkwaardig dier te noemen? Maar is er dan geen schoonheid? Ja, steeds weer is er schoonheid. Bijvoorbeeld de spotlijster die neerstort van een vier verdiepingen hoog gebouw, zijn vleugels tegen zijn lijf gevouwen alsof hij aan het zingen was en vlak voor hij te pletter zou spatten op beton of gras die vleugels uitvouwde ‘met bewuste, weloverwogen precisie’ en elegant neerkomt. Of ze ziet een golf boven de oceaan uit rijzen en in die golf, beschenen door een namiddag zon, foeragerende haaien: ‘brute kracht en schoonheid, gratie en bloeddorst in extase verstrengeld’.

Een ander beslissend moment is het zien van lichtvlekken op bomen. Er zijn twee manieren van zien: analyserend en opgaand in. De tweede manier heeft te maken met mediteren, met leeg maken, met de diepte in gaan. Het is een geschenk, een genade. Dillard noemt het ‘de boom met lichtjes’. Op een dag komt ze gedachteloos terug van een wandeling langs Tinker Creek en ze ziet de ceder achter haar huis ‘vonken en zinderen, elke cel gonzend van vuur’. Het is een zeldzame gebeurtenis. Ze was een klok en werd op dat moment opgetild en geluid. Een visioen, een mystiek moment. (….).

In haar eigen syntaxis: ‘Ik moet me ervan doordringen dat de zee een kopje dood is en het land een bloeddoordrenkte altaarsteen. Wij de levenden, zijn overlevende, dobberend op wrakhout, levend van drijvend afval. We zijn ontsnapten. We worden in doodsangst wakker, eten in honger, slapen met een mond vol bloed.’ En toch is er de eeuwige adem en de schoonheid.

In Genesis vraagt Mozes aan God om zijn heerlijkheid te laten zien en God zegt dat hij in een rotsholte moet gaan staan en dat God voorbij zal gaan en hem met zijn hand zal bedekken totdat God is voorbijgegaan. Mozes zal God alleen van achteren even kunnen zien. Zo, zegt Dillard, kunnen wij het pneuma ervaren, even van achteren en weg is de ervaring. Je moet de geest stalken, met veel geduld. Je moet stil zitten en soms verschijnt dan de boom met lichtjes of een sijsje strijkt neer op de kop van een oeverdistel en begint de zaaddoos leeg te eten. Het pluis stuift door de lucht. Dillard beschrijft de gang van de pluisjes uitvoerig; waar het terecht komt, waar het blijft zweven en zij houdt haar adem in en vraagt zich af of ze echt leeft, hier, op deze plek ‘waar de lucht zo licht en wild is?’

Remco Ekkers

Annie Dillard – Pelgrim langs Tinker Creek. Vertaald door Henny Corver. Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen. 319 blz. € 24,99. 0

AUTEUR:  REMCO EKKERS

De Jakobsladder

Beelden in Gees is een 7 ha grote tuin in Gees (Dr.), gestoffeerd met vele, vele beelden en andere kunstobjecten, abstract en figuratief. Een openluchtmuseum van de kunst in het buitengebied van Gees, omringd door akkers en weilanden.

Beelden in Gees

Een (klein) deel van de expositie in de tuin is permanent, het grootste deel wisselt met de seizoenen.

Wat meteen de aandacht trekt als je de tuin ingaat is een maar liefst 24 meter hoge ladder van metaal, The sky is the limit geheten. De naam van de kunstenaar is mij ontschoten, maar hier is het kunstwerk:

The sky is the limit….

Ik moest bij het aanschouwen ervan gelijk denken aan het verhaal over de Jakobsladder uit de bijbel. Aartsvader Jakob zag in een droom een ladder naar de hemel waarlangs engelen op en neer gingen. In de oude Statenvertaling is dit als volgt verwoord:

Jakob dan toog uit van Ber-seba, en ging naar Haran.
En hij geraakte op een plaats, waar hij vernachtte; want de zon was ondergegaan; en hij nam van de stenen dier plaats, en maakte zijn hoofdpeluw, en leide zich te slapen te dierzelver plaats.
En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan den hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder.
En ziet, de Heere stond op dezelve en zeide: Ik ben de Heere, de God van uw vader Abraham, en de God van Izak; dit land, waarop gij ligt te slapen, zal Ik aan u geven, en aan uw zaad.

De jakobsladder maakt contact tussen hemel en aarde, er is voor even geen scheiding, maar verbinding. Maar alleen transcendente en gewichtloze hemelbewoners kunnen die weg gaan, wij mensen zijn met ons lichaam gebonden aan de aarde en de zwaartekracht.

De Duitse schilder Michael Willmann verbeeldde de Jakobsladder in 1691 zo:

Michael Willmann – De Jakobsladder

Dromen over een ladder naar de hemel, een psycho-analyticus als Freud zou er een eigen duiding aan geven. Maar binnen de context van het bijbelse verhaal gaat het alleen over God, die een mens op de vlucht (Jakob) nabij is en verzekert van Zijn bijstand op de lange weg van huis.