De blues

Ik had de blues gisterochtend. Zó donker buiten toen ik op weg ging, het licht leek niet te willen komen. Alsof de jongste dag was aangebroken. Regen die tegen mijn voorruit spatte, nul-komma-nul procent zin om naar mijn werk te gaan. Is de blues een geldige reden voor ziekmelding??

Bij aanvang van de werkzaamheden gelijk wat muziek opgezocht, als een Saul die snarenspel verlangt om zijn demonen te verdrijven. Meer bluesy dan Chris Smither kan bijna niet en Spotify heeft gelukkig verschillende albums van deze Amerikaanse zanger klaar staan voor me. Het weer bleef slecht, de stemming verbeterde enigszins.

Hieronder zingt Chris Smither een liedje van Bob Dylan: It takes a lot to laugh it takes a train to cry.

Tuinklus

Ik moest vanochtend een heg knippen bij een oudere dame in het oude dorp van Zoetermeer. De huizen in deze straat zijn van 1959, da’s alweer een tijd geleden…op een luchtfoto van vlak na de oorlog die ik een tijdje terug zag, is te zien hoe klein Zoetermeer toen nog was. Direct achter de dorpskern begonnen de weilanden; in de verte zie je  rijksweg 12 als een strakke lijn door het landschap lopen. Nadat Zoetermeer aangewezen werd als groeikern, veranderde het dorp snel in een stad. We zitten nu zo rond de 130.000 inwoners…

De vrouw heeft samen met haar echtgenoot het huis nieuw gekocht. Ze is nu weduwe, 86 jaar oud en ‘versleten’ zoals ze zelf zei. Reumatische klachten zorgen voor ongemak en de dokter wil maar steeds bloed laten prikken en doorsturen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek, alsof zo’n oude machine nog op te lappen valt…
Haar woning én de straat ogen ook versleten. De Nutricia-fabriek vlakbij zorgt soms voor geluidsoverlast en in de achtertuin stinkt het naar katten en/of kippen – een onaangename geur.

De ligusterheg is in anderhalf uur geknipt. Takjes en blad gaan in de groene bak, opgeruimd staat netjes. De dame is tevreden over mijn werk, hetgeen mij ook tevreden stemt. Want een mens zijn zelfrespect hangt in belangrijke mate samen met wat anderen van hem en zijn prestaties vinden, zo is het gewoon. Het is lastig om je zelfrespect te bewaren als anderen geen respect tonen.

van goghstraat zoetermeer
Mijn ‘tuinklusbuurtje’ van vanochtend. De Nutriciafabriek ligt hier direct achter.

American Tune

American Tune is een heel mooi liedje van Paul Simon. Hieronder doet hij het samen met zijn oude kompaan Art Garfunkel tijdens een reünieconcert in Central Park, New York eind 1981. De tekst staat onder de video.

De melodie van American Tune is gebaseerd op die van een oud christelijk passielied, ‘O Sacred Head, Now Wounded‘, hetwelk in een Duitse vertaling door J.S. Bach gebruikt is in één van zijn cantates.

 

 

Many’s the time I’ve been mistaken
And many times confused
Yes, and often felt forsaken
And certainly misused
But I’m all right, I’m all right
I’m just weary to my bones
Still, you don’t expect to be
Bright and bon vivant
So far away from home, so far away from home

And I don’t know a soul who’s not been battered
I don’t have a friend who feels at ease
I don’t know a dream that’s not been shattered
or driven to its knees
But it’s all right, it’s all right
We’ve lived so well so long
Still, when I think of the road
we’re traveling on
I wonder what went wrong
I can’t help it, I wonder what went wrong

And I dreamed I was dying
And I dreamed that my soul rose unexpectedly
And looking back down at me
Smiled reassuringly
And I dreamed I was flying
And high up above my eyes could clearly see
The Statue of Liberty
Sailing away to sea
And I dreamed I was flying

We come on the ship they call the Mayflower
We come on the ship that sailed the moon
We come in the age’s most uncertain hour
and sing an American tune
But it’s all right, it’s all right
You can’t be forever blessed
Still, tomorrow’s going to be another working day
And I’m trying to get some rest
That’s all I’m trying to get some rest

Written by Paul Simon

Afscheid van Congo

Impressie van een bibliotheekboek

Opmaak 1

 

Afscheid van Congo  – Erwin Mortier.
Ondertitel: Met Jef Geeraerts terug naar de evenaar.
De Bezige Bij (2010), 277 bladzijden

 

 

 

Een citaat, van de achterflap van het boek:

Ik denk aan de straten van Kinshasa, het overbevolkte, gistende, rottende, bloeiende, vibrerende en stervende Kinshasa,  waar ’s nachts de vuren oplaaien alsof het bos overal doordringt, alsof de stad niet meer dan een plek is waar de ene brousse overgaat in de andere. Kinshasa; een wildgroei van kostig beton, roestend ijzer, stank en verval, waar het andere woud, het groene en stille, zich aan optrekt om de stad die de Belgen uit het niets hebben geschapen weer te overwoekeren – zoals alles hier.

 

Twee schrijvers: in 2010 reisden de Vlaamse schrijvers Erwin Mortier en Jef Geeraerts naar Congo om de stand van zaken in deze voormalige Belgische kolonie op te nemen. Voor Geeraerts was het een terugkeer: hij werkte in de koloniale tijd als bestuurlijk ambtenaar enige tijd in het land, had affaires met verschillende inlandse vrouwen en moest kort na de onafhankelijkheid net als de andere Belgen het land halsoverkop verlaten toen de stemming omsloeg en blanken niet langer welkom waren.
Mortier en Geeraerts reisden in 2010 eerst naar de hoofdstad Kinshasa, vlogen daarna naar het binnenland en bezochten daar het gebied waar Geeraerts vroeger werkt.

Het land: een enorm groot Afrikaans land (69 x Nederland) waar alles niet vooruit maar achteruit gaat. Alles wat de Belgen hebben achtergelaten aan voorzieningen rot weg in de jungle, wordt overwoekerd door lianen of in beslag genomen door corrupte regeringsfunctionarissen die het vervolgens voor eigen gewin exploiteren.
De dictator Mobutu die decennialang de baas was in Congo, liet een failliete boedel na. De huidige machthebber Joseph Kabila en diens entourage verkoopt de rijkdommen van het land (grondstoffen als coltan, goud, diamant, tin en veel meer) aan de Chinezen en krijgt in ruil daarvoor inferieure producten terug: magnetrons die al na 3 maanden kapotgaan, wegen waarvan het asfalt al na korte tijd afbrokkelt…

De mensen: op het oog vrolijke inwoners, maar onderhuids lijkt er iets te gisten, iets van wanhoop of woede. In de dorpen op het platteland die de beide Belgen bezoeken, de dorpen waar Geeraerts vroeger werkte, heerst uitzichtloosheid en stagnatie. De beide blanken worden ter plekke vaak door uitzinnige menigtes ontvangen, maar bij vertrek hangt er vijandigheid in de lucht. De mensen verwachten iets van de Missjé’s (monsieurs), éisen het bijna: geld, hulp, sigaretten, wat dan ook. De Belgische kolonisatoren gingen veel te vroeg weg en lieten het land aan hun lot over en dat moet goed gemaakt worden door die blanken…

 

De geschiedenis: de Belgische koning Leopold II exploiteerde Congo aan het eind van de 19e eeuw enkele decennia lang als persoonlijk wingewest en ging daarbij uiterst bruut te werk. Volgen sommige schattingen kwamen in die periode zo’n 5 miljoen mensen door uitbuiting en ziekten om het leven. Daarna nam de Belgische staat het over, maar er verbeterde de eerste tijd weinig: de koloniale ambtenaren waren vaak uiterst racistisch en beschouwden de inlandse bevolking als inferieur aan de blanken. Kolonialen die een villa hadden langs de rivier de Congo vermaakten zich soms door met hun geweer langskomende vissers uit hun prauwen te schieten…..

 

De staat van de natie: als Mortier en Geeraerts samen van dorp naar dorp reizen in het noorden van het land, hotsend en butsend over erbarmelijk slechte wegen, tekent de auteur voor de volgende rake observatie:

De lucht is nu vol van de geur van brandend hout. Stukken van het woud worden platgebrand om bij het begin van het regenseizoen beplant te worden. De lange zit in de auto heeft me inmiddels in een soort trance gebracht. Ik laat me heen en weer schudden, lever me over aan de monotone afwisseling van stukken bos in de dalen, de riviertjes waarin kinderen spelen en vissen, en op de heuvelhoogten de dorpen: hutten van gedroogde rode modder, vol gaten waar je dwars doorheen kunt kijken, in de zwarte schaduw van mango- of citrusbomen en de aangestampte aarde eromheen. Ik negeer de roep in ongeveer elk dorp wanneer men onze auto’s in het oog krijgt: ‘Mondele! Mondele! Blanke! Blanke!’, en de kinderen die met de ene hand over hun navel wrijven en met de andere een bedelend gebaar maken.
En na een tijd sluit alles zich aaneen tot een slaperige dagdroom: wolken vlinders, roestbruine waterpoelen, palmen, hutten, rode aarde, blauwe rook, joelende kinderen en wegstuivende kloekhennen met een hele kleuterklas van piepende bolletjes achter zich aan. En boven elk dorp in het withete zenit de slagschaduw van de kiekendief, speurend naar verdwaalde kuikens.

In de stad Bumba in het noorden van het land is nog één blanke missiepost met één op leeftijd gekomen pater. De pater bestuurt een complex van scholen, kleuterklassen, lager en middelbaar onderwijs. Zijn ziekenhuis moet het enige in de stad en de regio zijn dat functioneert, met een goed geoutilleerde apotheek, operatiekamers en een laboratorium. Maar de pater is somber over de toekomst:

Ik heb hier een formidabel ziekenhuis, een formidabele school, ik stel meer dan honderd mensen te werk, mijmert pater Carlos. Maar als ik hier over enkele jaren wegga  of te oud ben om de zaken te besturen, en er komt geen goeie opvolging, dan duurt het misschien nog een jaar of drie, en dan is alles wat ik opgebouwd heb kapot.
Hij neemt een slok van zijn whisky, zucht en trekt de schouders op. ‘Zo gaat het hier,’ besluit hij gelaten. ‘dat is Afrika.’

En beter wordt het niet! Dit land, geteisterd door wanbeleid in de eerste decennia na de onafhankelijkheid opgevolgd door een verschrikkelijke burgeroorlog eind 20e eeuw, waarna nog meer wanbeleid onder de huidige president volgde, wankelt.
Om nog wat zekerheid te hebben, de zekerheid dat iemand je verzorgt als je dit zelf niet meer kunt, investeren de mensen in kinderen. Het gevolg is dat de bevolking snel groeit hetgeen voor nog meer problemen zorgt, want wie gaat al die monden voeden en huisvesten?

Onze Belgen reizen terug naar de hoofdstad Kinshasa om daarvandaan het vliegtuig naar Europa te nemen. Een laatste citaat uit het boek, vanaf de luchthaven:

Twee chefs de protocol van de Belgische ambassade proberen ons door de in gang van diplomaten en vips naar binnen te loodsen, maar het gezicht van de agent die met zijn brede corpus de deuropening afschermt staat op tropisch onweer. Wat onze begeleiders ook tegen hem inbrengen, wapperend met onze paspoorten en enkele discreet ertussen verscholen dollarbiljetten, de man wil van geen wijken weten. Die Belgen moeten maar doen zoals iedereen. Dus slepen we ons over het terrein naar de andere ingang, waar alweer een geuniformeerde dikkerd zich breeduit voor de deur posteert om de luchthaventaks te innen, plus een extraatje voor de moeite, vooraleer hij ons doorlaat.

(…..) Het is diepdonker wanneer we in de bus naar het vliegtuig kunnen stappen, na de zoveelste identiteitscontrole.
“Wat vond jij eigenlijk van die aap die we in Bumba op ons bord kregen” vraagt Jef terwijl we plaatsnemen in het vliegtuig.

“Nogal zuur en taai”, zeg ik. “Mijn ding niet.”
“Ik heb er vroeger betere gegeten,” knikt hij,

 

erwin mortier en j g
Erwin Mortier (links) met Jef Geeraerts. Laatstgenoemde overleed in 2015….

Langs de Rotte

Toen ik vanochtend terugkwam van een klant in Rotterdam, heb ik de toeristische route richting huis genomen. Je komt dan op een gegeven moment langs Terbregge, een zeer dorps aandoend wijkje in het stadsdeel Rotterdam – Hillegersberg. De Prinses Irenebrug voert je ter plekke over de Rotte, het riviertje waar de stad Rotterdam naar genoemd is.
Ik ben daar even gestopt daar en heb een paar foto’s genomen. Mooi is het in Terbregge!

Langs de Rotte, met molen en roeisters, 4/8/2017
De Rotte met molen De Vier Winden uit 1776 en twee roeiende dames
langs de Rotte 2.jpg
Een zwanenfamilie op het dijkje langs de Rotte
De Rotte vanaf de Prinses Irenebrug, 4/8/2017
Vanaf de Prinses Irenebrug

 

Het achterste bankje

 

kerkbankIk zat vanochtend in de kerk op het achterste bankje met vriendin. Als ik achterover leunde kon ik mijn hoofd laten rusten tegen het stucwerk van de muur, hetgeen me wel een goed gevoel gaf. Iets van comfort in een verder van ieder gemak verstoken 18e- eeuws kerkgebouw.

In onze bank zat verder niemand en ook de banken voor ons waren vrijwel leeg en dat gaf me rust. Geen afleiding van mensen, niet het gevoel dat anderen op je letten en dat je daarom op jezelf moet letten. Een eiland in een binnenzee, met de aanliggende kusten duidelijk zichtbaar maar wel op enige (veilige) afstand.

Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn geest zal het geschieden. De dominee had een gevaarlijke tekst gekozen, eentje die makkelijk misbruikt kan worden door luie, passieve mensen en pacifisten.
En wat die laatste categorie betreft: het geweld van de nazi’s in W.O. II kon alleen met tegengeweld tot stoppen gebracht worden. En het is ook maar goed dat na de oorlog de vrije wereld kracht tentoonspreidde tegenover de Sovjet-Unie en andere communistische landen, anders hadden we nu misschien gezucht onder een totalitair regime…eat that, you bloody pacifists! 🙂

Maar dit gezegd zijnde kan de tekst nuttig en zegenrijk zijn als je je bewust bent van de gevaren. Ik probeer hem te onthouden en – zo mogelijk – in de komende week toe te passen.

Dansje-in-de-kerk-Marius-van-Dokkum-Giclee
Marius van Dokkum – Dansje in de kerk. Copyright: Stips.nl

 

Teken of toeval?

toevallig

Op mijn Spotify-playlist staan 115 liedjes die door de app op mijn telefoon in willekeurige volgorde afgespeeld worden op ieder door mij gewenste moment.

Ik was afgelopen maandag buiten aan het werk en Spotify zorgde voor de nodige arbeidsvitaminen. Ik zat redelijk in mijn vel en had er best zin in, ondanks het matige weer. Maar op het ogenblik dat Drag Queens in Limousines van Mary Gauthier langskwam verdween de animo en voelde ik me opeens ingehaald door de tijd. De tekst van dit liedje gaat namelijk over een meisje die alles achterlaat om een nieuw leven te beginnen, weg van conventies en plichten, te midden van hippies, drank en drugs. En ik, ik verlang al heel lang naar zo’n ander leven, ver weg van werk en sleur, in vrijheid en onafhankelijkheid, los van alles.

Maar het is er helaas nooit van gekomen en ik realiseerde me nu ineens dat ik veel te laat ben voor zoiets: ik ben 55 en naar verwachting ver over de helft van mijn leven. Ik kan me wat dat betreft beter met het naderende levenseinde bezig houden in plaats van te dromen over een ander bestaan, want hoeveel tijd zou ik überhaupt nog krijgen voor dat andere leven? Vadertje Tijd heeft me ingehaald, dromen over verandering heeft weinig zin meer.

Terwijl ik dit overdacht, kwam Spotify met Amazing Grace van Don Edwards op de proppen en daarna zong Jessi Colter haar bewerking van Psalm 136: His loving kindness endures forever. Wat een combinatie! Het eerste nummer gaat over de genade van Jezus voor een verstokt zondaar, waarna de daarop volgende psalm de ‘liefdevolle vriendelijkheid’ van God noemt en roemt.

Ik vroeg me meteen af of dit een teken van Hogerhand was of alleen maar toeval. Ik heb de liedjes zelf uitgekozen en Spotify selecteert willekeurig, dus het ligt niet voor de hand om daar een betekenis aan te hechten. Maar toch….het is haast té toevallig om nog toeval te zijn! Dat moment, na die gedachten van mij; de combinatie van liedjes – het voelt als een teken van God. Als een vingerwijzing: zoek iets anders, iets beters, zoek God – in plaats van te te vluchten voor je huidige leven.

Maar een atheïst zou hier hoe dan ook wel raad mee weten, vermoed ik, net als een statisticus met kennis van toevalsfactoren, correlaties en dergelijke. ‘Een klassiek geval van wishful thinking,’ hoor ik de scepticus al opmerken, ‘een mens op zoek naar zingeving en een stem van Boven.’.
En toch, en toch….