Peulenboom

 

gleditsia.jpg
De peulen van de valse christusdoorn

 

In de tuin van een klant van me lagen vanochtend allemaal lange peulen. Ze bleken afkomstig te zijn van een hoge boom die direct achter de tuin staat: een Gleditsia triacanthos, oftewel in het Nederlands een valse christusdoorn.

Hij heet valse christusdoorn omdat er ook een echte christusdoorn is. De doorns in de naam zijn duidelijk zichtbaar van dichtbij op de stam en de takken. En de naam christusdoorn verwijst naar de doornenkroon van Jezus Christus.
Voor meer info over een en ander kijk hier.

Advertenties

Wees niet bang

niet bang

 

Bij deze blogger is het een beetje van ‘Jantje lacht, Jantje huilt’ vandaag – iets aangezet dan misschien, een tikkeltje overdreven, maar toch. Kent u dat, die stemming? Wellicht zijn het de naweeën van de monotone, somber makende, strontvervelende, ‘Who’ll stop the rain‘ -regen van gisteren, zondag.

En vanmorgen is het koud en opnieuw nat. Winterjassenwerkweer, voor het eerst na de zomer. Ik moet zesendertig grote coniferen rooien voor de baas, maar mijn spieren missen de kracht om de schop diep genoeg de grond in te drijven, om de wortels van de Thuja’s goed los te steken, los van de omliggende grond en de uitwaaierende wortels van de plant.
Een plant rooien is een soort geboorte denk ik bij mijzelf, als een baby die losgerukt wordt uit het lichaam van de moeder, de navelstreng doorgeknipt.

Dus het werk gaat moeizaam op deze eerste werkdag en zo’n slechte stemming helpt dan ook bepaald niet….

‘Wees niet bang’ zei de dominee gisteren, ‘Geloof het maar….’, Gods vriendelijk aangezicht heeft vrolijkheid en licht – en daarna was er brood en wijn voor de gemeente. Ik ben altijd bang dat ik de avondmaalsbeker uit mijn handen laat vallen als ik aan de beurt ben, dat zou wat zijn! Wijn over de keurig gedekte avondmaalstafel, over mijn kleren en over het tapijt op de grond.

En altijd weer opgelucht als het niet gebeurt, maar vervolgens eist de ondraaglijke lichtheid van het alledaagse bestaan de aandacht weer op. Allerlei gedachten, flarden van herinneringen, plus de nodige visuele en akoestische prikkels in de kerk en daarbuiten. Een echtgenote die aandacht vraagt. De dag die overwonnen moet worden, het liefst zonder al te veel kleerscheuren. Welk boek zal ik thuis gaan lezen en wat ga ik doen als ik uitgelezen ben na verloop van tijd? Met andere woorden: hoe tackel ik zo’n lange saaie regendag??

Op de volkstuin

Ik zag vanochtend een bont zandoogje fladderen op mijn volkstuin. Ik heb even gewacht tot ze even rustig ging zitten en toen een foto gemaakt. Want tegenwoordig is het zo iets bijzonders als je een vlinder ziet buiten, dat moet je gewoon vastleggen!

En nee, buiten de bekende koolwitjes, een paar atalanta’s en een enkele dagpauwoog heb ik dit jaar weinig vlinders gezien, zelfs niet op mijn vlinderstruik. Het kan aan het weer hebben gelegen maar de achteruitgang van deze mooie dieren is structureel, vrees ik.

bont zandoogje.jpg
Een bont zandoogje vanochtend op mijn tuin
bont zandoogje2.jpg
Zelfde vlinder, andere plek

In de nabijheid van de vlinder zat een tuinslak op een stuk afdekzeil. Die heb ik ook maar gelijk even vastgelegd…..
Het is best wel efficiënt trouwens om zo je huis met je mee te nemen: je bent altijd mobiel en hoeft nooit terug naar een vaste verblijfplaats. ‘Wherever I lay my head, that’s my home’.

Zoiets zouden ze ook voor mensen moeten verzinnen, het zou een definitieve oplossing van het fileprobleem zijn, en al die Vinexwijken geven we dan mooi terug aan de natuur…:-)

tuinslak.jpg
Een tuinslak. De kleur van het huisje kan variëren, maar die donkere banden ze je vrijwel altijd.

Ziek van medicijn?

medicijnen

Maandagochtend ik loop buiten, het is hondenuitlaattijd. Een wolkig hoofd, een neus die loopt, krakkemikkig, op het duizelige af.

Een geur van sigarettenrook in de lucht, even. Rokers steken hem tegenwoordig buiten op, want binnen roken mag niet meer. Ik denk even een elektrische zaag te horen maar misschien is dat mijn overspannen verbeelding. Gisteren was iemand een paar huizen verderop de hele middag buiten aan het zagen en het snerpende geluid drong luid en duidelijk door tot in mijn achtertuin. Ergernis die maar al te gauw overgaat in stress en zeg er maar niks van, want klussen op zondagmiddag moet gewoon kunnen tegenwoordig.

Een week geleden startte ik met Haldol, een anti-psychoticum dat niet alleen voor psychoses voorgeschreven wordt maar ook voor een breed scala aan andere kwalen. In mijn geval heet de aandoening onrust, maar voorlopig lijkt het middel erger te zijn dan de kwaal. Want de keelpijn die twee dagen later opkwam bleek de voorbode te zijn van een zware verkoudheid met griepachtige moeheid, hoofdpijn en ander ongemak. En ík denk dat Haldol de boosdoener is, want zo’n zwaar medicijn kan je weerstand slopen.
Ziek thuis, de baas wenst me sterkte. Gaat het al wat beter vraagt de echtgenote. Nee, het gaat slechter of blijft even slecht.

En daarom heb ik de dagelijkse dosis Haldol-voor-het-slapengaan gisteravond overgeslagen. Later vandaag heb ik telefonisch contact met mijn GGZ-arts, ik ben benieuwd wat zíj er van vindt.

dziek van medicatie.jpg

Spruitjes

Je eigen groenten telen is soms geduld oefenen, veel geduld.

spruitjes2.jpg
Spruitjes aan mijn spruitkoolplanten

Neem nou spruitkool: er gaan echt maanden overheen voordat je de eerste spruitjes in de bladoksels van de planten ziet verschijnen. En al die tijd neemt het gewas een hoop ruimte in beslag, vraagt om water tijdens droge periodes en om bescherming tegen de rondfladderende koolwitjes die niks liever willen dan eitjes leggen aan de onderzijde van de bladeren – waaruit dan vervolgens rupsen komen die de planten kaalvreten.


Maar toch
: als je de tijd ervoor neemt zie je op een gegeven moment de eerste spruitjes verschijnen en groeien en kun je even later gaan oogsten. En smaak je toch de voldoening van zelf verbouwde groente, als je maar geduld hebt.

spruitjes1.jpg
Spruitkoolplanten op mijn volkstuin

 

Mijn voorgeslacht

kampen vloeddijk
Een oude foto van Kampen, de stad waar mijn voorgeslacht van vaderskant vandaan komt

Ik ben laatst een beetje in mijn familiegeschiedenis gedoken. Op de website Archieven.nl kun je in allerlei archieven en collecties zoeken op de achternaam van je familie. Je krijgt dan ook de plaatsnamen te zien waar deze mensen geregistreerd staan. Als je weet waar je familie vandaan komt en je kent ook de voornamen van leden van je voorgeslacht, kun je verder zoeken bij de desbetreffende plaats.

Ik vond in de registers van de stad Kampen – de plaats waar mijn familie van vaderskant vandaan komt – al vrij snel de trouwakte van mijn beide grootouders. De datum is 14 november 1929; bij het beroep van mijn opa staat vermeld ‘suikerwerker*, bij mijn oma staat niets, zo ging dat in die tijd…
In de trouwakte staan de namen van de ouders van bruidegom en bruid ook vermeld, mijn overgrootouders dus. De overgrootouders van opa waren toen trouwens beiden al overleden! Hierover later meer.

Nu ik dus ook de (voor)namen van mijn mijn overgrootouders via deze akte te weten ben gekomen, zoek ik verder via de lijn van opa. Ik stuit algauw op een tragisch feit: Opa’s ouders moesten maar liefst 4 kinderen naar het graf dragen, ik vind hun overlijdensaktes in de bestanden. Het gaat om één broer en drie zussen van mijn opa, in chronologische volgorde:

26-05-1889 – Willem, slechts 3 maanden oud
05-01-1894 – Gerritje, 8 maanden oud

20-01-1894 – Dirkje, 2 jaar oud
18-05-1902 – Alberdina, leeftijd niet vermeld

Dus 2 kinderen, Gerritje en Dirkje, overleden kort na elkaar, in een tijdsbestek van slechts enkele weken. Dat moet dubbel verdrietig en dubbel moeilijk geweest zijn…

Op 19 maart 1905 overlijdt mijn overgrootmoeder van vaders kant, op 42-jarige leeftijd. Haar doodsoorzaak staat niet in de akten, maar mijn eigen moeder wist zich nog te herinneren dat ze stierf aan de gevolgen van tbc. Ze wist ook nog dat het huis waar de familie woonde door iemand in hun omgeving betiteld werd als ‘tbc-hol’, dus misschien zijn ook de kinderen aan deze ziekte overleden. Wat een tijd!

Een van de kinderen die het wél overleefde, een dochter die Anna heette, trouwde in 1910. In de huwelijksakte staat bij opmerkingen: ‘1 kind gewettigd’. Dus blijkbaar had het stel al een kind voor hun trouwen, dat zal in die tijd  heel wat reuring hebben gegeven. En ja: mijn moeder wist zich ook dit nog te herinneren. Anna had als gereformeerde jonge vrouw een relatie met een rooms-katholieke man, dat was op zich al iets bijzonders. En inderdaad: ze hadden samen al een kind voordat ze trouwden.
Mijn overgrootvader was in die tijd ‘pakkamersknecht’, dat is volgens mij iemand die in de ‘pakkamer’ van een fabriek de gefabriceerde producten gereedmaakt voor aflevering of verzending. Deze fabriek zou een sigarenfabriek geweest kunnen zijn, want acht jaar later staat hij in een akte vermeld als ‘sigarenmaker’.

Ja en die laatste akte is dan gelijk zijn eigen overlijdensakte. Op 23-05-1918 overlijd mijn overgrootvader. Hij mocht 62 worden.
Mijn opa moest enige tijd na het overlijden van zijn vader van oudere zus Anna gaan werken. Hij had eigenlijk graag willen studeren maar daar kwam niets van in: hij moest geld binnen brengen. Ook deze informatie heb ik van mijn moeder.

Misschien later meer hierover….

  • ‘Suikerwerker’ was iemand die in een suiker- of zoetwarenfabriek werkte.