Zaterdagochtendexcursie op het strand

Het Zuid-Hollands Landschap had op deze zaterdag een excursie georganiseerd naar de Zandmotor tussen Den Haag en Ter Heijde en ik liep mee.
De Zandmotor bestaat uit opgespoten zand uit de Noordzee, dat onder invloed van wind en water verstuift en ‘verspoelt’ richting Den Haag. Je kunt er de eerste stadia van duinvorming zien, fossielen vinden die afkomstig zijn uit het opgebrachte Noordzeezand en vogels spotten bij twee strandmeertjes.

Met zo’n 15 mensen liepen we via de duinen richting het strand. De twee gidsen stonden onderweg regelmatig stil bij de flora en fauna. Dit deel van de duinen is in het voorjaar een nachtegalenhotspot, nu liet alleen een enkele mees zich horen. De braamstruiken langs het pad droegen weinig vrucht t.g.v. de droogte, de duindoorns hadden daar minder last van.

Langs een strandmeertje liepen we richting de oriëntatiemast op de Zandmotor, op de foto hierboven op de achtergrond zichtbaar. In het meertje zwommen veel kokmeeuwen, in gezelschap van enkele mantelmeeuwen.

Op de foto hierboven een kokmeeuw in herfst/winterkleed. De chocoladebruine kop die de meeuw ’s zomers draagt, is verbleekt tot wit met een zwart vlekje opzij van de kop. Ik zie kokmeeuwen vrijwel nooit op het strand bij Ter Heijde, het is daar al zilvermeeuw wat de klok slaat, maar een stukje dichterbij Den Haag zitten er dus genoeg!

Aan de andere kant van het water zaten aalscholvers hun vleugels te drogen, het zijn aparte verschijningen in hun pikzwarte verenpak. Ik moest aan gevleugelde doodgravers denken, en aan figuranten uit een griezelfilm.

We liepen langzaam verder, te langzaam naar mijn smaak, maar dat heb je met zo’n flinke groep die voor het merendeel uit senioren bestaat.

Een van de gidsen vond een stukje verderop een fossiele schelp, wit uitgebleekt en vermoedelijk duizenden jaren oud…
Je vind hier trouwens ook fossielen van reeds lang uitgestorven dieren, mee gekomen met het zand – een bewijs van het feit dat de Noordzee in zeer oude tijden droog lag en bevolkt werd door mammoeten, wisenten en andere wilde dieren.

IJzeroer uit zee ligt hier ook op het zand, samengeklonterde en geoxideerde brokken versteend ijzer van zo’n 25 cm doorsnee. Passanten hadden er op één plek een heuveltje van gemaakt.

En verder: Rond de oriëntatiemast zagen we planten als biestarwegras, zeeraket en zeepostelein, planten die hoge gehaltes zout in de lucht en extreme droogte verdragen. Met hun aanwezigheid houden ze het zand vast en zorgen zo voor een begin van duinvorming.

En bezemkruiskruid bloeide met gele bloemen net aan de andere kant van een duintje in de luwte. Het is een exoot uit Afrika die momenteel in rap tempo de duinen koloniseert. De plant is waarschijnlijk als zaad met partijen schapenwol naar Europa gekomen. Zo verandert onder invloed van de mens de omgeving en worden nieuwe planten geïntroduceerd.

En toen was het tijd om de excursieleider te bedanken en in straf tempo terug te wandelen naar ons vertrekpunt, want de excursie liep uit en ik had nóg een afspraak….

Verlangen naar een ander leven

In het weekblad De Groene Amsterdammer reist filosoof Ralf Bodelier te voet van Jeruzalem naar Bouillon in een soort omgekeerde kruistocht. Onderweg in Hongarije logeert hij bij een boerenfamilie op het platteland waar de tijd stilstaat en vraagt zich af hoe het zou zijn om zo te leven als zijn gastgezin:

‘(……) Hoe zou het zijn om te leven zoals Judits moeder? Om na het ontwaken de kippen te voeren en hun eieren te rapen? Om Újudvar zelden te verlaten? Om elke dag weer voorovergebogen in de tuin te scharrelen en te zaaien, te wieden en te oogsten? Om de namiddagen door te brengen met het wekken van fruit, het schillen van aardappelen, het koken van varkensvoer en het schrobben van wasgoed in een tobbe?

Ja, ’s ochtends hangt de nevel in de heuvels, ’s middags hoor je onverminderd de krekels zingen en in de lange avond zakt de zon majesteitelijk weg.

Einde citaat.

De schrijver verlangt naar een eenvoudig leven, maar realiseert zich tegelijkertijd in het verdere van het artikel dat dit verlangen een soort nostalgie is naar een tijd die achter ons ligt.

Ik herkende mijn eigen hart en mijn eigen verlangens in dit reisverslag. Het is een favoriete dagdromerij, als het leven en de dagelijkse bezigheden me zwaar en moeilijk vallen, als ik even weg wil uit de harde realiteit. Escapisme heet dit in wetenschappelijk jargon.

De droom van een boerderijtje op het platteland met een eigen moestuin als een paradijs, een toevluchtsoord voor een vermoeide ziel. Geen mensen om je heen, geen drukte, alleen de dieren en de vogels die je ’s ochtends wekken met hun zang.

Maar in de praktijk zal zo’n toevluchtsoord eenmaal werkelijkheid geworden vaak een drogbeeld blijken. Want het gezegde ‘Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak’, is maar al te vaak wáár.
De gedroomde moestuin blijkt in werkelijkheid een akker waarop in het zweet des aanschijns geploeterd moet worden. Want de armetierige grond blijft vragen om de aanvoer van voedingsstoffen, rupsen verpesten de bloemkolen, planten verdrogen door te weinig water en de appelboom geeft veelal wormstekige vruchten.

En dat idyllische boerderijtje vraagt constant onderhoud, met een lekkend dak, een krakkemikkige cv-ketel, brandgevaarlijke bedrading en stopcontacten en meer, veel meer. Ik chargeer even, maar toch…

Een mens droomt altijd van verandering, naar een plek waar het gras groener is. Nooit hier, altijd daar. Een zoektocht naar de pot met goud onder de regenboog, naar een fantoom, een fata morgana die vervaagt

Het paradijs is niet hier, op deze aarde. Een zoektocht naar geluk in dít leven loopt dood. Accepteer dit maar. En droom van een ander paradijs, ná dit leven.

Jonge merel

Op mijn werkplek in Wassenaar zat bovenstaande juveniele (= jonge) merel vlak bij me. Hij had de schuwheid van volwassen vogels blijkbaar nog niet aangeleerd en zag weinig kwaad in mij.

Dat vlekkenpatroon rondom de voorzijde van de romp is kenmerkend voor jonge merels. Uiteindelijk zal dit verdwijnen voor het egaal-zwart van een volwassen mannetje of het egaal bruin met een gevlekte borst van het vrouwtje.

Mooi, dat jonge grut! Hopelijk wordt hij/zij niet gepakt door een kat of een roofvogel. De natuur is hard wat dat betreft.

De natuur is verschrikkelijk mooi en verschrikkelijk wreed‘ zei Jan Terlouw een tijdje terug in een interview met Andries Knevel. Over de juistheid van het woord ‘wreed’ in dit verband kun je discussiëren, maar ik begrijp wat hij bedoeld. Ik zal nooit dat door myxomatose aangetaste konijn vergeten dat zich voortsleepte over een pad in het Noord-Hollands Duinreservaat, lang geleden. Of die jonge merel in een park in Den Haag wiens ogen uitgepikt waren door een torenvalk. De valk zat boven me in een boom te wachten tot ik doorliep en hij zijn werk af kon maken….

Bloeiende heide in de duinen

Langs de weg van Den Haag naar Monster ligt de ‘Van Leydenhof’, een natuurgebiedje van het Zuid-Hollands Landschap. Het is een mooi stukje binnenduinbos, met veel oude eiken, een monumentale beuk en een open gedeelte met struikheide, wellicht een restant van een oud heideveld wat daar vroeger lag.

De heide bloeit op dit moment, een goede reden om het gebied weer eens te bezoeken met de camera in de hand. Hieronder een paar foto’s.

Een blauw bloeiende plant, vermoedelijk bernagie, in de berm naast de weg, vlakbij de Van Leydenhof
Markante eiken in het gebied, de stammen kronkelend naar het licht
Het heideveldje, deels heide deels gras
Vergane glorie…..
Monumentale beuk
Licht op mijn pad – zonlicht gefilterd door de bomen
Een van de rode bosmiernesten die de Van Leydenhof rijk is
Close-up: drie rode bosmieren

Het was stil in de Van Leydenhof, héél stil! En dat terwijl de stad Den Haag vlakbij is…
In het voorjaar bloeien de boshyacinten hier en kleuren sommige plekken paars. .

De wind als energiebron

Ik liep vanochtend kort voor de zondagse kerkdienst naar het strand om er even uit te zijn en de benen te strekken. Er stond een gemene noordenwind die meer aan de nakende herfst dan aan de bijna voorbije zomer deed denken.

Aan de horizon op zee zag ik een karakteristiek vaartuig met een aantal masten of pijpen aan dek en een hijskraan. Het bleek het offshore installatieschip ‘MPI Adventure’ van de firma Van Oord te zijn die bedoeld is voor het leggen van stroomkabels in de bodem van de zee.
Het eigenlijke werk gebeurd met een ‘trencher‘ zo vermeld de website van het bedrijf, een enorm onbemand rupsvoertuig dat met de hijskraan in zee gelaten wordt. De trencher graaft dan vervolgens in één werkgang een diepe sleuf in de zeebodem, legt de kabels daarin en gooit de sleuf daarna weer dicht.

De kabels zijn bedoeld voor een nieuw windmolenpark in de Noordzee, op 22 kilometer uit de kust van Zuid-Holland. Dit park moet uiteindelijk de stroom gaan leveren voor 1,6 miljoen huishoudens in ons land. De kabels vervoeren de stroom van het windmolenpark in zee naar de Maasvlakte, vanwaar het verder landinwaarts gedistribueerd wordt.
Meer informatie over dit onderwerp hierboven in de link onder ‘trencher’.

Zo’n energiepark op zee is goed, maar moeten we niet meer doen aan land, vraag ik me af. Want zonnepanelen passen op vrijwel ieder Nederlands dak en ik zie ze momenteel nog te weinig.

Ja, onze eigen woningbouwvereniging Arcade uit Naaldwijk bood ons een tijdje geleden zonnepanelen aan, maar dan moest de hele straat meedoen anders ging het niet door.
Dat kan toch anders! Plaats die zonnepanelen gewoon standaard op alle huurhuizen zonder dat de bewoners daar verder omkijken naar hebben. Dan kun je een grote slag maken richting de duurzame energietransitie.

Reuzenpompoen en kalebas

Mijn tuin wordt momenteel gedomineerd door twee planten uit de komkommerfamilie, namelijk de reuzenpompoen en de sierkalebas. Ze geven beide vrolijk gele bloemen die de tuin opfleuren, maar ik plantte ze natuurlijk voor de vruchten…

Aan de reuzenpompoen zit nog maar één (grote) vrucht, de anderen werden aangevreten door (vermoedelijk) een tuinmuisje en daarmee ongeschikt voor verdere uitgroei. Dus op die ene vrucht ben ik heel zuinig: ik heb hem ingepakt met een vuilniszak in de hoop dat het muisje hem op die manier met rust laat. De bedoeling is natuurlijk dat ie zo groot mogelijk wordt en daarna ergens een ereplek krijgt in de tuin.

Reuzenpompoen – heel veel grote bladeren met daartussen verscholen één vrucht, niet zichtbaar op de foto

De sierkalebas draagt meerdere vruchten die vooralsnog door de plaatselijke fauna met rust worden gelaten. Ze zijn voor binnen, om straks na rijping en droging in een leuk mandje op de woonkamertafel geplaatst te worden. Of in een kerstarrangement t.z.t. misschien, ook leuk.

De sierkalebas, die ik opgebonden heb en zijn eigen weg zoekt dwars door andere planten heen

Vuurlibel

Gespot op mijn werkplek vanochtend: een vuurlibel. Inderdaad vuurrood van kleur voor wat betreft het achterlijf, een forse libel die zo vriendelijk was om een tijdje rustig te blijven zitten, zodat ik een paar foto’s kon maken.

Vuurlibel, sterk ingezoomd met mobieltje. De grote bolle ogen waarmee de libel 360 graden om zich heen kan kijken, zijn zichtbaar

Het schijnt een vrij algemene soort te zijn, al zag ik hem voor het eerst. Maar ja, hoe vaak zie je überhaupt nog dit soort insecten? Alleen in natuurgebieden – aan de waterkant en bij bosranden, maar verder nauwelijks.

Vuurlibel, iets verder weg

Soldaatjes op berenklauw

Op een verruigde hoek van mijn werkplek bloeit momenteel de berenklauw met grote witte schermen.
De bloemen worden bezocht door allerlei insecten, waaronder veel weekschildkevers, ook wel soldaatjes‘ genoemd
Die laatste benaming danken ze aan hun verschijning, want met hun bruinrode pakje lijken ze wel wat op miniatuursoldaatjes uit vroeger tijd.

Op de foto twee soldaatjes die zo te zien aan voortplanting doen, een bezigheid die belangrijker is dan de nectar en prooidieren waarvoor ze normaliter de bloemen van berenklauw bezoeken. Want weekschildkevers lusten niet alleen zoetigheid, maar ook wel een hapje vlees.
Maar voorlopig hoeven de twee vliegen die hen vergezellen dus nergens bang voor te zijn…..

Oranje zandoogje

Wat een beauty, dit oranje zandoogje. Klein maar fijn, hij/zij zat op een hortensiastruik op mijn werkplek.

Oranje zandoogjes zie je vooral in Noord-Brabant, Zeeland, Drenthe en in een strook langs de westkust. En in dat laatste gebied ligt mijn werkplek, vandaar….