Tagarchief: Wassenaar

Werkzweet

plantschop
Vroeg in de ochtend: bevroren grond

Iedere dag kent kent zijn eigen moeite en stressvolle omstandigheden. Vandaag betrof het coniferen planten in een grond waarvan de bovenlaag bevroren is. Hakken met een plantschop om erin te komen, een vijltje gehaald om de schop te scherpen, maar het haalde niks uit. Uiteindelijk heeft een collega met de bak van onze shovel de grond losgetrokken.

Daarna moest ik alleen verder met gaten graven, weliswaar zonder verdere last van de vorst, maar: grote coniferen vragen grote gaten en die in je eentje graven maakt die taak bijkans dubbel zo zwaar.
Zweet op mijn rug en dat bij een temperatuur rond het vriespunt….en spieren die moe worden, een lichaam dat protesteert tegen een te langdurige inspanning.
In het zweet uws aanschijns zult gij brood eteneen oude – bijbelse – waarheid die nog steeds opgaat.

Uiteindelijk bij de middagkoffie mijn grenzen aangegeven, waarop de eerder genoemde collega het overnam. En ik iets makkelijkers te doen kreeg.

coniferen
Het uiteindelijke resultaat

 

Advertenties

Zonsopkomst

zonsopkomst

De zon komt op, dinsdag 6 februari 2018 om 8.42 uur boven mijn werkplek, een kwekerij in Wassenaar. Ik stopte even met mijn klus om deze foto te maken met mijn mobieltje. Daarna ging ik verder met het rond steken van coniferen die verplant moeten worden.

Na zo’n koude nacht heb je vaak mooi weer – een fijn zonnetje, lekker fris, met een heldere lucht waartegen vogels duidelijk afsteken. Fijn weer om buiten te werken, als je jezelf maar warm kunt werken, tenminste.

Reeën langs de weg

Als ik ’s ochtends naar mijn werk in Wassenaar rijd, kom ik langs een paar weilanden waar vaak reeën lopen. Vanochtend liepen er ook weer twee. Ik ben via een parallel lopende weg terug gekeerd en heb zonder ze te verstoren foto’s gemaakt met de zoom van mijn camera:

P1080009.JPG
Twee mannetjes…..
P1080008
Mooi, met dat gewei.
P1080006.JPG
Ree en kraaien. Een schaap kijkt mee….

 

Tijgerspin

P1030946
Tijger- of wespspin, Wassenaar 16/9/14

Ik vond gisteren een tijgerspin op de kwekerij in Wassenaar waar ik werk. Ze had een web gemaakt dat tussen twee coniferen hing.

De tijger- of wespspin is eigenlijk een exoot. Deze soort komt namelijk oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en is begin jaren tachtig van de vorige eeuw voor het eerst in Nederland waargenomen.
Een en ander is vermoedelijk een gevolg van de klimaatverandering.

Zijn naam heeft hij te danken aan het opvallende geel en zwarte kleurpatroon op zijn lijf. Deze soort lust graag een sprinkhaan of ander insect, maar is verder voor mensen ongevaarlijk.

P1030926

Dit vrouwtje had schuin onder haar wielweb een cocon met eitjes gehangen: haar nakomelingen voor volgend jaar. Als ze de winter overleven, tenminste.

Cocon met eitjes van de tijgerspin
Cocon met eitjes van de tijgerspin

 

Rommelig doorkijkje

P1000428Deze foto is genomen vanaf de kwekerij is Wassenaar waar ik werk.
Een typisch Nederlands doorkijkje : het paard staat op het eerste gezicht onbedreigd in zijn weiland naast dat mooie slootje, maar op de achtergrond rukt de nieuwbouw op.

Zo’n foto kan overal in Nederland genomen zijn, want bebouwing en verstedelijking rukken overal op, helaas.

De werkweek

Maandag – regen en nog eens regen. Het regenpak en de laarzen gaan ’s ochtends vroeg aan en pas in de loop van de middag weer uit. Ik ruim aldus gewapend tegen het vocht op de kwekerij een paar honderd dode Hibiscusplanten op We hebben ze vorig jaar opgepot, in februari van dit jaar zijn ze massaal doodgevroren. Veel werk voor niets – wat resteert is de potgrond die op een braakliggend stuk grond gestort wordt en daarna ondergefreesd als bemesting. De potten kunnen we misschien nog eens gebruiken, de planten gaan op de storthoop. Niet meer aan denken, wat gebeurd is, is gebeurd.

Dinsdag – zon en nog eens zon. Lekker onkruid schoffelen, je ziet het afsterven als het eenmaal losgeschoffeld is.

Woensdag – Who’ll stop the rain? Op woensdag werk ik altijd in de tuin van Stoephout, een luxe appartementencomplex voor senioren in Wassenaar.
Ik verzorg de bloemenborder en dat betekent vandaag dat ik met mijn regenpak aan op mijn knieën onkruid wied. Wat een monnikenwerk, ik wil naar huis. Als de border klaar is, mag ik het blad van uitgebloeide narcissen weg gaan knippen op andere plekken in de tuin en daar ben ik zoet mee tot in de middag.
Onderweg naar Stoephout zag ik vanuit de auto vanochtend vijf ooievaars in een weiland, vier op een kluitje en de laatste in zijn eentje een eind verderop. Dar zou je bijna vrolijk van worden, ondanks het slechte weer.

Donderdag – half- tot zwaarbewolkt, af en toe zon. Met mijn collega duizend buxusstruikjes geplant op de kwekerij. Opnieuw op mijn knieën, gewapend met een plantschopje en een beetje doorzettingsvermogen. De aanwezigheid van mijn collega en de wetenschap dat dit alweer mijn laatste werkdag is, vormen een extra stimulans.
Ik hoor fitissen om mij heen en jonge mezen die volgens mij net uitgevlogen zijn. Soms is het gewoon fijn om buiten te werken, als het niet regent tenminste…….

Mijn werkplek (1) : http://www.oud-clingendaal.nl/

Mijn werkplek (2): de tuin van Stoephout met op de voorgrond de bloemenborder

Geen bloemen meer

Ik werk op een boomkwekerij in Wassenaar, Schuin tegenover ons bedrijf aan de andere kant van de weg bevindt zich een bloemenkwekerij met woonhuis. In het voorjaar en in de zomer staat er aan de weg bij de oprit naar het woonhuis een stalletje met bloemen. Voor twee euro mag je er zelf een bosje tulpen of rozen pakken en het geld in het busje doen dat er naast staat.

Een paar weken geleden hoorde ik op een middag vanaf de boomkwekerij sirenes van hulpverleningsdiensten in de buurt. Toen ik later naar huis ging en langs het bedrijf aan de overkant reed, zag ik daar een ambulance staan. De volgende dag vertelde mijn collega dat de kweker plotseling was overleden. De doodsoorzaak wist hij niet. De man laat een vrouw en drie jonge kinderen na.

Het stalletje bleef daarna aan de weg staan maar leeg en afgesloten, als wachtend op wat er zou komen.

Vorige week hoorde ik de rest van het verhaal. Het bleek een waar drama te zijn: de kweker heeft zelfmoord gepleegd door zich op te hangen in de schuur naast het bedrijf. Toen zijn kinderen uit school kwamen en hun fiets binnen wilden zetten, vonden ze hun vader….

Vanmiddag reed ik opnieuw langs het bedrijf. Het stalletje was weg, de plek waar het gestaan had keurig opgeruimd – niets dat nog aan vroeger herinnerde, aan een andere en betere tijd.
Geen bloemen meer.

Gaten graven

 

Mijn werkplek....

Ik heb al enige tijd niet meer over mijn werk geschreven op deze blog. Terwijl ik er toch 3 tot 4 dagen in de week zoet mee ben en dat is een flink deel van mijn leven en van mijn wereld. Zijn andere dingen zoveel belangrijker voor me?

Goed, het is dus een boomkwekerij net buiten Wassenaar. De snelweg A 44 is niet ver, als de wind de  kant van de kwekerij op staat hoor je de auto’s gaan – een soort constante dreun, het geluid van de welvaart en de vooruitgang. Ik hoor echter veel liever andere geluiden, zoals het ‘tsjikken’ van de kramsvogels, die komend vanuit het barre Noorden in de omgeving van de kwekerij neergestreken zijn. Of de hoge geluidjes van de kepen en andere vinkachtigen, eveneens wintergasten. En de schelle roep van de groene spechten die in de hoge bomen achter ons terrein nestelen – ik neem tenminste aan dat ze daar broeden, want ik hoor ze vrijwel het hele jaar al. Onlangs hadden we trouwens bezoek van een houtsnip, een zo langzamerhand zeldzaam geworden vogel in ons drukke en overvolle landje.

Maar deze blogpost zou over mijn werk gaan. De afgelopen week zijn er op de kwekerij een aantal grote coniferen (Thuja’s) verplant met behulp van een eigen rooimachine en een ingehuurde kraan. De rooimachine groef de conifeer eerst uit op zijn oude plek; daarna maakte de kraan op de nieuwe standplaats een plantgat, tilde de boom op en zette hem op zijn definitieve plek. Mijn collega en ik stonden erbij en beduidden de kraanmachinist waar hij de boom moest laten zakken: stukje naar links, iets naar rechts, ja houden zo, precies goed. Daarna kon met schop en hark de plek des aanplants netjes afgewerkt worden.

Thuja's, groot formaat

So far, so good. Daarna werd het allemaal een stuk minder, toen ik moest assisteren bij het graven van een geul over de volle lengte van het hoofdpad dat de kwekerij in tweeën deelt. Er moest een leiding in komen die overtollig regenwater afvoert naar de sloot. De kraanmachinist deed zijn best, maar kon niet overal even goed bij. Dus zat er niets anders op dan mijn oude vertrouwde steekschop te pakken en dapper te gaan graven – om al gauw tot de ontdekking te komen dat de grond bikkelhard was en dat een pikhouweel misschien beter op zijn plaats zou zijn geweest. Gelukkig kreeg ik al gauw hulp van mijn collega, die spoedig een betere graver bleek te zijn dan ik….Uiteindelijk lukte het allemaal wel, maar het ging bepaald niet vanzelf.

Tussendoor ook nog zo’n 200 Portugese laurier struikjes geplant die, zo is althans het plan, volgend jaar en de jaren daarop zullen uitgroeien tot forse struiken en dan verkocht kunnen worden. Dit alles natuurlijk ‘Deo Volente’: als God het geeft en wij leven zullen.

En verder: het onkruid groeit nog steeds, dus ook daar moest aandacht aan besteed worden de afgelopen week. Enkele plantvakken heb ik geschoffeld en uitgeharkt, wellicht voor het laatst dit jaar. Op donderdagmiddag zat mijn werkweek erop en mocht ik weekend gaan vieren.

Portugese laurier - volwassen planten bij ons op de kwekerij