Geen paradijs

volkstuin bloei 1Droog en tamelijk zonnig vandaag, dus goed weer voor de volkstuin! De aardbeien moeten geplukt en de border geschoffeld, maar er ‘moet’ vooral in de tuinstoel genoten worden van de rust, de ruimte, de vogels, de insecten, de bloemen….

Helaas is rust een betrekkelijk begrip op ons volkstuincomplex. Want het gebruik van machines is tot het begin van de middag toegestaan, dus als je in de ochtend arriveert hoor je overal om je heen de zware brom van grasmaaiers, de hoge, nerveuze toon van grastrimmers en het geloei van een enkele bladblazer. Om nog maar te zwijgen van oeverloos geklets op gehoorsafstand door twee of meerdere tuineigenaren die veel te bespreken hebben (meestal vrouwen), soms afgewisseld door schaterend gelach of andere uitingen van levensvreugde.

En die tijdslimiet die ik hierboven noemde wordt door sommigen brutaalweg genegeerd, met name als er geen bestuursleden in de buurt zijn.

Dus het ‘genieten van de rust’ slaat vaak om in irritatie over het asociale gedrag van anderen en stress is daar weer het gevolg van.

Nee, zo’n volkstuin is geen hof van Eden en zal het ook nooit worden. Dát paradijs zijn we trouwens lang geleden al kwijtgeraakt. Maar we willen het zó graag terug dat we telkens weer proberen om ons eigen, kleine paradijsje te creëren. Maar dat mislukt meestal omdat andere mensen of bepaalde omstandigheden roet in het eten gooien. Zoals het voornoemde lawaai van anderen, of een slecht bewerkbare, zware grond in onze hof. Wat dat laatste betreft: we zitten hier op klei en dat blijft een gevecht wanneer je die met schop of schoffel te lijf gaat. Om moedeloos van te worden soms.

Nee, het is hier geen paradijs, maar de aardbeien smaken goed, dat gelukkig dan weer wel….

paradijs.jpg
Het Paradijs – Jan Brueghel de Oudere

 

Advertenties

Vleermuizen

vleermuis

 

’s Ochtends heel vroeg als het nog donker is, nóg donker want de dag komt eraan maar is er nog niet, alleen de straatlantaarns verspreiden enig licht – dan jagen de vleermuizen in de straat, ze vliegen parallel aan de gevels van de huizen en boven het plantsoentje tegenover mijn voordeur.

Je hoort ze niet, maar ze zijn er, ineens, om meteen daarna weer op te lossen in het niets. In het donker zie je ze even en daarna weer niet, spookachtige verschijnselen in de lucht, duikend en wervelend, fantomen uit een andere wereld die hier, nu, even raakt aan onze wereld.

Want de wereld van deze schepselen is een heel andere dan de onze. Ze wordt geregeerd door onhoorbaar geluid: de ultrasone kreten die de vleermuizen uitstoten in een regelmatige cadans en die terugkaatst van een obstakel of een prooi.
Een universum dat tot leven komt als de mensen slapen. Bevolkt door wezens die geschapen zijn voor de duisternis en de onzichtbaarheid, die het licht en de zon niet beminnen zoals wij, maar die gaan slapen als de zon opkomt. Wezens die leven in een omgekeerde wereld, zó anders dan de onze, zó wonderlijk…..

(Het numineuze: waar de hemel raakt aan de aarde)

Langs de Rotte

Toen ik vanochtend terugkwam van een klant in Rotterdam, heb ik de toeristische route richting huis genomen. Je komt dan op een gegeven moment langs Terbregge, een zeer dorps aandoend wijkje in het stadsdeel Rotterdam – Hillegersberg. De Prinses Irenebrug voert je ter plekke over de Rotte, het riviertje waar de stad Rotterdam naar genoemd is.
Ik ben daar even gestopt daar en heb een paar foto’s genomen. Mooi is het in Terbregge!

Langs de Rotte, met molen en roeisters, 4/8/2017
De Rotte met molen De Vier Winden uit 1776 en twee roeiende dames
langs de Rotte 2.jpg
Een zwanenfamilie op het dijkje langs de Rotte
De Rotte vanaf de Prinses Irenebrug, 4/8/2017
Vanaf de Prinses Irenebrug

 

Verdronken vlinder

verdronken vlinder

Een dode atalanta drijft in een met water gevulde emmer op mijn volkstuin.

Wellicht is het een exemplaar dat na het leggen van eitjes op brandnetels in de buurt het loodje legde en al stervende in de emmer viel.

Want veel vlinders die je in het voorjaar ziet, leggen eitjes en gaan daarna dood. De volgende generatie zie je dan in juli/augustus rondvliegen. In de tussenliggende periode zijn er vaak veel minder vlinders.

Overigens is de atalanta een trekvlinder die grote afstanden kan afleggen. De exemplaren die je hier in Nederland ziet, kunnen zomaar uit Zuid-Europa komen….

En ja, ik moest natuurlijk gelijk denken aan dat liedje van Boudewijn de Groot. ‘Zo te sterven op het water met je vleugels van papier…..’