Home » Ik geloof » Engelenwerk – een verhaal

Engelenwerk – een verhaal


Atlas van een bange man - Christoph Ransmayr

De verhalen in de bundel Atlas van een bange man van de Oostenrijkse schrijver Christoph Ransmayr zijn vaak juweeltjes – zo mooi, zo magisch soms.
Engelenwerk gaat over een oude man die een verwaarloosde joodse begraafplaats opknapt – simpelweg omdat niemand anders het doet, en omdat hij ergens gelezen heeft dat voor Joden de grafrust heilig is en joodse graven nooit geruimd worden,- en misschien wel vooral omdat hij er achter is gekomen dat mensen soms het werk van engelen moeten doen.

Hieronder het verhaal. Het kost wat tijd om het te lezen, maar het is inspanning zeker waard. Zo’n verhaal overnemen van een boek in een blogpost is trouwens meer monnikenwerk dan engelenwerk, maar dit terzijde…..  

                                       ENGELENWERK                                                                                Christoph Ransmayr   hoofdletter E ” Ik zag een manshoge muur die onder berijpte bomen een ruime boog beschreef. Toen ik het verloop volgde met mijn blik, zag ik tussen zwarte bomen in de verte steile daken opduiken, daarna ook de toren van de Martinuskerk van Trebic, een stad in het zuiden van een land dat destijds nog onder de naam Tsjecho-Slovakije op de kaart van Midden-Europa stond. Hierlangs en dan verder tot aan die ronde top daarboven, de Hradek-heuvel, zo had men mij gezegd – Pavlik zou daar beslist ook vandaag te vinden zijn, Pavlik was toch altijd of bijna altijd bij zijn muur. Die zou de rest van zijn leven wel daarboven doorbrengen.

En inderdaad, een uur later had ik nog geen honderd meter langs Pavliks muur gelopen of ik zag een oude man met een houweel stenen loshakken uit een met klimop overwoekerde berg puin, om die vervolgens naar de muur te dragen, waar een bres gaapte alsof er net een aanval had plaatsgevonden. De oude was kennelijk bezig het gat weer te dichten. De opening was al gebarricadeerd met een houtgeraamte, maar de blik kon nog vrijelijk dwalen over lange rijen overwoekerde graven en grafstenen, vele daarvan nog recht overeind, andere omgevallen, omvergetrokken of al diep weggezonken in de bevroren grond. Ja, zei de oude, Bohumir Pavlik, dat ben ik, en hij legde nog een steen tegen het houtgeraamte voor hij zijn met aarde besmeurde handen afveegde aan een graspol met glinsterende ijsnaalden. hoofdletter E Ik had in Trebic niet eens naar Pavlik gevraagd, zijn naam had ik in het pension voor het eerst gehoord, ik had naar het joodse kerkhof gevraagd, dat al vier eeuwen achter een heuvel buiten de stad lag, maar de oude man was dit kerkhof, althans in de ogen van zijn stadgenoten.
Nee, Pavlik was zelf niet joods, maar als leraar had hij zich dagelijks ingespannen om in de hoofden van de jonge generatie wat meer licht te brengen, en al evenmin was hij een vijand van de communisten, die destijds in dit land nog aan de macht waren, en die alles wat hun verstand te boven ging of in tegenspraak was met hun geloofsregels, simpelweg uit de wereld wilden helpen. En toen de geruchten maar niet wilden verstommen dat dit kerkhof met de grond gelijk zou worden gemaakt, om te worden omgezet in akkers, had Pavlik in zijn verontwaardiging besloten tot het adopteren van deze wildernis, waarin niemand meer was begraven sinds de laatste joden uit Trebic, bijna driehonderd mensen, in veewagens waren versleept naar concentratiekamp Theresienstadt. Slechts tien van hen hadden de gruweljaren overleefd. En geen van hen was ooit weer teruggekeerd in zijn geboortestad. Wie moest dit godverlaten oord dan anders beschermen tegen wilde dieren, honden, grafschenners, de vernietigingsdrang van communisten en uiteindelijk ook de tand des tijds?

Veel had Pavlik destijds van het jodendom niet geweten, maar wel kende hij het voorschrift om een dode tot het einde der tijden te laten rusten in het stuk grond waaraan men hem had toevertrouwd. Het graf van iemand die op een joodse begraafplaats op zijn opstanding wachtte, werd zelfs niet geruimd als zijn stamboom ten einde was gelopen, zoals wel gebeurde op christelijke kerkhoven, waar de botten in zo’n geval werden vergaard om opgestapeld te worden in een knekelhuisje, waarna het geruimde graf, dat een mens tot de Jongste Dag had moeten bergen, kon worden toebedeeld aan een andere dode en diens betalende nakomelingen. hoofdletter E   Pavlik had destijds – waren er inmiddels echt alweer vijftien, nee zestien jaren verstreken? – zonder daar lang bij stil te staan een begin gemaakt met het herstel van de oude stenen muur om het kerkhof, waarin in de loop der eeuwen meer dan elfduizend mensen hun laatste rustplaats hadden gevonden: een muur van anderhalve kilometer lang, waarvan op veel plekken niet meer te zien was geweest dan van de graven zelf, die hij bij honderden, bij vele honderden eigenhandig had bevrijd van wortels en struikgewas om ze vanuit het verborgene weer aan het licht te brengen. Als er dan al geen verwanten en nakomelingen meer waren om bij deze doden stenen op het graf te leggen, om ze te laten zien dat er nog steeds aan ze werd gedacht, dat er nog steeds van ze werd gehouden, dat ze in elk geval nog niet waren vergeten, dan moest binnen de beschutting van deze muur in elk geval rust heersen, geborgenheid, in elk geval zolang hij – Pavlik – nog leefde. Een dezer dagen werd hij tachtig.

De kiezels die ik op vele graven zag liggen, die had hij er allemaal zelf op gelegd, en ook ik moest nu mijn handschoenen uittrekken om ook een paar kiezels op de graven te leggen, stenen telden hier meer dan bloemen en herinnerden nog aan Bijbelse tijden, toen een grafsteen verzwaard moets worden met stenen om deze zo te beschutten tegen de honger van aaseters en de zandstormen van een Heilig Land. Tijdens de meeste dagen van zijn vaak zo inspannende arbeid was Pavlik hierboven even alleen geweest als nu, op deze winterdag, nu het te koud was om specie aan te maken en hij weinig anders kon doen dan een paar bemoste oude muurstenen vast klaarleggen, maar juist daardoor was dit kerkhof, waren zelfs de doden, geleidelijk tegen hem gaan spreken, ja, tegen hem, en had hij geleerd hun taal en schrift te begrijpen. Vaak ging het moeizaam, maar zo was de ene mens na de andere, aan wier leven naast Tsjechische en Duitse vooral ook Hebreeuwse teksten herinnerden, om zo te zeggen voor hem opgestaan – geliefden die in de dagen van de pest voorgoed van elkaar hadden moeten scheiden, een jonge moeder, die een tweeling het leven had geschonken maar daarbij haar eigen leven had gelaten, een arts die bezweken was aan de cholera…Inmiddels had hij vaak het gevoel dat de hier begravenen hem nader stonden en vertrouwder waren dan zijn meeste stadgenoten. hoofdletter E Als het hem lukte weer een van de Hebreeuwse inscripties te vertalen, schreef Pavlik de tekst in zijn trage, fraaie handschrift in een notitieboekje, dat hij in het borstzakje van zijn jasje altijd bij zich droeg. Een van de eerst bladzijden van zijn verzameling siert een brief die hij gevonden had op de grafsteen van de vrouw van een bontwerker:

Liefste
Je bent voorbijgegaan
Als de stralendste van alle dagen
Maar ook de nacht
Die volgde op ons afscheid
Zal voorbijgaan

Maar ja, natuurlijk hoopte hij nog altijd dat in Trebic geleidelijk aan weer andere tijden zouden gaan aanbreken, betere tijden. Wellicht overwoog men ook op de partijburelen al de mogelijkheid om dit oord van eeuwigheid niet te verwoesten, maar te ontsluiten voor het toerisme, het joodse kerkhof van Trebic was naast dat van Praag immers een van de grootste van het land, en kon een lonend reisdoel worden voor deze of gene vriend van het verleden, dat hem te zijner tijd naar de pensions en restaurants van deze stad zou voeren. Pavlik bekommerde zich echter al geruime tijd niet meer om dit soort overwegingen. Hij bouwde onverstoorbaar verder aan zijn muur en de vele stemmen die zich geregeld verhieven om het kerkhof te beschermen, hoorde hij vriendelijk aan. hoofdletter E De mooiste woorden die hij tijdens de vele jaren van zijn grootse arbeid had ontdekt, stonden echter niet in steen gebeiteld, maar ze waren met zilverdraad op een lap fluweel gestikt die hij op een goede dag onder het puin vandaan had gettrokken. Met zulke doeken waren ooit de baren bedekt en de doden waren met deze woorden, met deze psalmen, ten grave gedragen. Het had hem veel moeite gekost voor hij dit zilverschrift had kunnen ontcijferen en hij had zich, ja inderdaad, gelukkig gevoeld toen hij eindelijk meende te begrijpen wat er stond, want wat daar op die doek glansde gold zowel voor de levenden als voor de doden:

Hij heeft zijn engelen bevolen
Jou te behouden
Waar je ook gaat

waar je ook gaat, op alle wegen, zelfs op die ene, die laatste. Toen Pavlik zich op een bepaald moment begon af te vragen of dan ook de Trebicer joden in hun veewagens behoed waren door die engelen, toen was hij gekweld door twijfel, en hij kon zich slechts met moeite weren tegen de gedachte dat zelfs de Almachtige een belofte kon breken, of simpelweg vergeten kon zijn een bevel over te brengen aan zijn engelen….zijn engelen die dan langs de wegen naar Theresienstadt en naar de vernietigingskampen stonden als een zwijgende, niet ingrijpende erehaag. Had een andere Almachtige God niet zijn eigen Zoon aan het kruis laten spijkeren, zonder zijn hemelse heerscharen ten strijde te leiden tegen de verblinding, de boosaardigheid en de weerzinwekkendheid van zijn schepselen?

Na een lange tijd van opstandigheid en teleurstelling, waarin hij gewoon steeds verder bouwde aan zijn muur, steeds maar weer verder, had Pavlik eindelijk begrepen wat er werkelijk op die baardoek geschreven stond, dat namelijk aan de mensen de opdracht was gegeven, aan de sterfelijken:

Jou te behoeden
Waar je ook gaat

en zo het werk van de engelen te verrichten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s