Herinnering


strand3

Ik had vanochtend een déja vu, of misschien volstaat het simpele woord herinnering ook. Het had te maken met herfstvakantie, het strand en mijn jeugd.

Ik ging met de hond naar het strand bij Kijkduin. Ik parkeerde mijn auto, stapte uit en opende de achterklep om mijn wandelschoenen te pakken. Terwijl ik deze aantrok – een been gestrekt met de voet op de grond, het andere gebogen met de voet op de rand van de kofferbak – overviel het me:

– mijn jeugd in Zeeland, zoveel jaren geleden. Het is herfstvakantie en mijn vader is ook vrij. We gaan wandelen langs het strand. Spannend voor een kind: de zee, de wind, schelpen zoeken, lekker lopen. Winterjassen aan, met zijn allen in de Volkswagen Variant, maar aangekomen bij het strand eerst de laarzen aan. Dit laatste is de kern: dat laarzen aantrekken bij de auto, met je ene voet op de rand van de kofferbak. Dit is het. De herinnering.

Misschien ging het in werkelijkheid anders. Misschien hadden we die laarzen thuis al aangetrokken. Zou best kunnen, ik ben helemaal niet zo zeker op dit punt. Mijn geheugen gaat echter zijn eigen gang en legt een verbinding tussen laarzen aantrekken vroeger en nu. Mijn geheugen maakt zijn eigen verhaal.

Maar hoe gaat de herinnering verder: wat deden we tijdens de strandwandeling – zochten we echt schelpen, en wat deden we na afloop? Hier laten mijn hersencellen me in de steek. Het is te lang geleden, ik weet het niet zeker meer. Een vaag besef van warmte en gezelligheid, vertroebeld door de tijd. De grote gebeurtenis (het wandelen) heb ik vast kunnen houden, de rest is onzeker. Ondoenlijk trouwens voor je geheugen om alle details van vroegere gebeurtenissen op te slaan, je zou gek worden!

Er is nog iets anders, maar eerst even dit:

Er was een schip dat strandde op de dijk bij Westkapelle. Het heette de Benares. Ik raadpleeg internet en vind als datum 2 april 1966. Ik was toen pas vier, maar de naam van het vrachtschip springt moeiteloos op uit mijn lange-termijn geheugen. Ik weet dat we met het gezin gingen kijken en voor een kind van vier was het ongetwijfeld een avontuur, zo’n enorm schip dat daar hulpeloos lag – zo dichtbij dat je het bijna kon aanraken. Maar……

Maar ik was pas vier! Hoe kan ik me zo’n gebeurtenis dan zo makkelijk voor de geest halen? Zijn het de foto’s die mijn vader maakte en die we misschien jaren later nog eens bekeken hebben? Of de gesprekken later: ‘Weet je nog, toen, dat schip, hoe heette het ook alweer?’ Of bewaarde krantenartikelen……

Secundaire herinnering, gevormd door de ervaringen van anderen, en daarom moeilijk te toetsen op hun betrouwbaarheid. Het beeld dat een ander heeft van een gebeurtenis en dat hij jou in woord of geschrift meedeelt, eigent jouw brein zich toe. Een soort diefstal van herinneringen.

Benares foto Zeeuwse Beeldbank
De Benares op de Zeeuwse kust. De man op de voorgrond is de cabaretier Wim Kan. foto: Zeeuwse Beeldbank

Terug naar de strandwandeling. Ik merk ook dat de herinnering vertroebeld wordt door het idioom van de jeugdboekenschrijver W.G. van de Hulst, wienst boekjes een vaste plek hadden bij ons thuis. Karakteristiek taalgebruik: Brammetje schreide dikke tranen; het was zó bitter koud…….., een wereld waarin perfecte gezinnen, met een sterke vader en liefdevolle moeder, vaak voorkomen. Buiten is het koud, maar binnen heerst de warmte. Dingen uit die boekjes hebben zich genesteld in mijn geheugen, zodat de fantasiewereld van Van De Hulst en de echte wereld door elkaar heen gaan lopen en ik niet meer weet wat waarheid en leugen is.

Was er echt warme chocolademelk na afloop van de strandwandeling? Stookte vader thuis de kachel op en kropen wij kinderen daar dan behaaglijk omheen? Gierde de wind door de schoorsteen en was het bitter koud? Lag er echt elke winter een dik pak sneeuw en liep er dan een klein, zielig hondje buiten, dat door moeder naar binnen gehaald en verzorgd werd, waarna alles goed kwam? Sliepen grootvader en grootmoeder echt nog in een bedstee?

Mijn geheugen heeft er blijkbaar geen enkele moeite mee om de echte en de boekenwereld door elkaar te mengen, zodat er een smeuïg geheel ontstaat van ware en fictieve herinneringen. En dat vervolgens met een stalen gezicht op te dienen als ‘de waarheid’. Opnieuw: mijn geheugen maakt zijn eigen verhaal. Bedrieglijk. Mijn geheugen is bedrieglijk. Een goed verhaal is blijkbaar belangrijker dan de naakte waarheid.

Maar de mooie herinnering blijft. En we gingen echt wandelen langs het strand. Dat weet ik zeker! Maar welk strand en wanneer en hoe??

hulst6

Advertenties

Een gedachte over “Herinnering

  1. Ondanks dat je niet weet wat werkelijkheid is en wat fictie of overdracht van anderen, vond ik het een boeiend verhaal.

    Mijn ervaring is wel dat ik als kind een duidelijke wereld had. Een vader, een moeder, een broer. Ik kwalificeerde ze nog niet. Net als het weer. Het was altijd mooi weer, of het nu regende, de zon scheen. Soms was het bijzonder mooi weer: als het sneeuwde. Ja, het leven van een kind is overzichtelijk.

    Gr. Henk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s